Bed close-new close-new Arrow Bed Facebook LinkedIn Night Phone Search mail Twitter

Samusocial

Uit het dagelijks leven van Marine en Perle, psychologen binnen het project ‘Sociale noodsituatie’: ‘Het is een must dat mensen die worden opgevangen, centraal staan in hun begeleidingsaanpak’.

30/12/2020

Wanneer een dakloze binnenkomt in een noodopvangcentrum, houdt zijn verblijf niet op bij een kamer voor een overnachting. In elke opvangstructuur moeten de mensen een psychisch-medisch-sociale opvolging aangeboden krijgen die hen in staat stelt oplossingen te bekijken om van de straat te geraken.
Marine en Perle, psychologen van opleiding, werken sinds begin maart voor het project ‘Sociale Noodsituatie’. Hun opdracht bestaat erin mensen met psychologische aandoeningen te begeleiden. Ze wisselen elkaar om de week af voor de continuïteit van de opvolging en zijn een echte steun voor de sociale teams.
Tussen twee gesprekken door getuigen Marine en Perle vandaag over een meer volledige opvatting van begeleidingswerk en geëngageerde samenwerking met de mensen die we helpen.

In het opvangcentrum voor mannen te Evere wachten opgevangen daklozen in de gang voor het sociaal bureau. Een zichtbaar vermoeide man staat op. Perle heet hem welkom en doet de deur achter zich dicht: het gesprek begint.
Deze heer slaapt momenteel niet. Hij verdraagt niet langer de continue stemmen in zijn hoofd en het gevoel dat er kabels aan zijn ledematen trekken. Ook al zijn die stemmen en die kabels niet waarneembaar, het lijden van deze heer is wel degelijk echt en er bestaan oplossingen om het te verzachten. Hoewel het om een gesprek gaat, volgt Mijnheer geen therapie bij Perle, ze zegt: ‘Mijnheer meldt zich vandaag omdat hij een nieuwe psychiater wil ontmoeten. Dankzij een geschikte behandeling zal hij eindelijk rust vinden en zich volledig kunnen toeleggen op zijn persoonlijke heropbouw. Het is een eerste begeleidingsstap voor we een oplossing aanbieden om het noodcentrum blijvend te verlaten.’

Hoewel de begeleiding vaak gepaard gaat met het verlaten van de opvangstructuur, is dat niet altijd het geval. In dit specifieke geval verwijst Perle Mijnheer naar een externe dienst met behoud van zijn verblijf. Een begeleiding die Marine vaak doet: ‘Er zijn twee soorten verwijzingen. Verwijzingen naar het netwerk voor psychologische opvolging en die naar een verblijfplaats. De verwijzing moet in beide gevallen overeenstemmen met de persoon en haalbaar zijn. Om een geschikte oplossing te vinden staan we stil voor een beoordeling, om zeker te zijn dat zijn behoeften worden erkend en begrepen. Daarna volgt een overlegfase om een begeleidingsplan te bepalen. Tezelfdertijd beoordelen we de haalbaarheid van het plan met het netwerk en de betrokken persoon. Hoe dan ook, het blijft een menselijke aanpak. Het is heel belangrijk dat de persoon deelneemt aan elke stap van zijn toekomstige begeleiding. We gaan vooruit op zijn ritme.’

Hoewel de uren en de werking van de psychologische permanenties snel vertrouwd waren voor de opgevangen daklozen, ervaren Perle en Marine problemen in hun dagelijkse opdracht. Hoewel sommigen niet twijfelen om hulp te vragen, is dat niet voor iedereen het geval. Marine legt ons uit waarom: ‘Sommige mensen weigeren onze hulp. Niet uit slechte wil maar om tal van andere redenen. Sommigen hebben slechte ervaringen met psychologen, anderen missen nog het contact met de realiteit… Het gebeurt dat we bijvoorbeeld met zogenaamd ‘chronische gevallen’ werken. In de loop van een heel ingewikkeld traject zijn ze tal van keren heen-en-terug gegaan tussen opvangstructuren en de straat. Voor sommigen is Samusocial hun laatste toevlucht. De meesten hebben de indruk dat ze de toer van het netwerk dat hen kan helpen hebben gedaan en verliezen alle hoop. Het is soms pijnlijk om telkens opnieuw te vertellen over plannen die mislukt zijn of die ze hebben doen ontsporen. Terugkeren bij ons wordt vaak ervaren als een terugval. Het is bijgevolg soms moeilijk een nieuwe vertrouwensband te creëren. We laten de moed echter niet zakken, we weten dat we er ook zijn om hen te motiveren en ervoor te zorgen dat ze in zichzelf geloven. Het is aan ons om te zorgen voor een doeltreffende werking van het netwerk. Geen enkele situatie is gedoemd om te mislukken en we doen ons best om voor dit idee te staan. We willen ervoor zorgen dat ze niet alleen zijn als ze het centrum verlaten.’

 

 

 

 

 

 

Enkele dagen na de lancering van het project heeft het team zich al snel moeten aanpassen aan de nieuwe normen en aanbevelingen in verband met de gezondheidscrisis. Een radicale verandering van de organisatie van de opvang met een echte impact op het dagelijks leven van de werknemers, maar ook van de opgevangen daklozen, zoals Marine het stelt: ‘De lockdown heeft de opgevangen mensen geen goed gedaan en voor sommigen is de toestand drastisch verergerd. Er zijn bijvoorbeeld meer opnames ter observatie*. De opgevangen daklozen hebben minder toegang tot zorgverlening en hun behandeling, ze hebben ook meer problemen om zich te verplaatsen en een psychiater te ontmoeten. Onze huidige werking in het centrum (we vangen mensen op met verblijf, 24u/24) stelt ons in staat sommige mensen grondiger op te volgen en de vertrouwensband te versterken. Louter het feit van een voorbehouden plaats en de hele dag toegang tot het centrum te hebben, stelt hen in staat zich vertrouwd te maken met de ruimte, het maakt hen verantwoordelijk. Ze zijn minder gestresseerd door het feit van een plaats te moeten zoeken om te slapen. Het vermijdt ook dat ze te snel weer op straat komen. Ze zijn meer te vinden en staan meer open voor wat we hen kunnen aanbieden. De opening van een centrum, uitsluitend voorbehouden voor vrouwen, helpt ons trouwens enorm bij onze opdracht. Hen de mogelijkheid bieden van meer aangepaste activiteiten, in een veiliger onder-ons, is een echte vooruitgang op sociaal gebied. De kwaliteit van het systeem beïnvloedt de resultaten van ons werk, dat staat vast. Alles vult elkaar aan’.

Perle en Marine hebben sinds de oprichting van het project meer dan 200 verschillende mensen ontmoet. Allemaal unieke trajecten en profielen die hen dagelijks motiveren: ‘Er is geen typeprofiel’. Dat maakt ons werk bijzonder interessant. Gisteren bijvoorbeeld heb ik iemand ontmoet die al meer dan 10 jaar op straat leeft en die nog nooit van zijn leven een psycholoog of psychiater heeft ontmoet. We hebben te maken met allerlei mensen, sommigen lijden onder mentale aandoeningen, anderen hebben sociale problemen of verslavingen. Het is soms moeilijk, maar wat we fijn vinden is dat we ons nooit in een positie bevinden van het type ‘psycholoog zit tegenover patiënt’. We moeten ons elke dag aanpassen en verschillende benaderingen voorstellen, het is heel stimulerend. We moeten erkennen dat elke begeleiding ons persoonlijk raakt. Werk en privéleven scheiden maakt deel uit van ons beroep, maar eerlijk gezegd, het is soms moeilijk. We proberen ons werk niet mee te nemen naar huis en we hebben vertrouwen in elkaar, dat helpt ons enorm. We kunnen vaak niet wachten om te zien hoe de toestand is gevorderd na een week. Een van de dingen van onze opdracht die het meest voldoening geeft, is de toestand voor en na te zien. De persoon die we ontmoeten in een eerste gesprek heeft niets meer van degene bij het laatste gesprek. Als ze aankomen zien we meteen in welke mate ze ontredderd zijn en op dat moment weten we weer dat het vertrouwen tegenover de werknemers en de instelling die hen opvangen, primordiaal is.’

Na maanden van ontmoetingen en overleg met het netwerk, maken Perle en Marine de balans van hun succesvolle samenwerking. Van alle personen die hun pad hebben gekruist, werd meer dan de helft begeleid naar oplossingen die zijn afgestemd op hun behoeften. Door de persoon centraal te stellen bij het nadenken over zijn plan, wordt hij de maker van zijn toekomst. Een manier om te tonen dat onderdak op zich niet volstaat en dat er echt amenwerking nodig is om de talrijke mensen in Brussel van de straat te helpen.

close

Newsletter

Ces informations seront uniquement utilisées pour envoi de la Newsletter à l'adresse indiquée.