Arts zijn bij Samusocial: ‘De grootste uitdaging is het gebrek aan toegang tot gezondheidszorg’
14/09/2026
Elke dag, nog vóór ze de deur van het medisch centrum van Samusocial binnenstapt, wordt Marthe aangesproken door de bewoners. Ze werkt er al vijf jaar als arts en is de enige die deze functie bij Samusocial vervult. Haar dagelijkse werk ziet er dan ook anders uit dan dat van een doorsnee arts.
Elke ochtend ontmoet Marthe de mensen die net in het centrum zijn aangekomen. Meestal zijn zij door de ziekenhuizen in de hoofdstad doorverwezen naar ons gespecialiseerde centrum voor kwetsbare en gemedicaliseerde personen. Het is dan ook nodig om inzicht te krijgen in hun behandeltraject en medische behoeften. ‘Ik moet de bewoners ook flink motiveren om hun medische behandelingen vol te houden. Dat is moeilijk voor hen, omdat ze vaak overweldigd worden door hun administratieve problemen.’
Maar het werk als arts bij Samusocial is vooral teamwerk: ook de verpleegkundigen en zorgkundigen van het centrum staan in de frontlinie bij de behandeling van wonden of bepaalde aandoeningen. ‘En natuurlijk speelt ook het netwerk een grote rol bij de begeleiding van onze doelgroep. Naast de consultaties bij bepaalde bewoners zorg ik ervoor dat ik contact houd met hun huisartsen en laboratoria. Zo kan ik een volledig medisch dossier samenstellen, met hun medische verslagen en mijn eigen bevindingen.’
Medische zorg bieden aan mensen op straat: een onmogelijke opdracht?
Door het grote verloop van bewoners is het voor de arts moeilijk om ieders dossier nauwgezet op te volgen. Het is dus dankzij de samenwerking van verpleegkundigen, zorgkundigen, maatschappelijk werkers en het netwerk van partners dat we de cliënten ook na hun verblijf bij ons, dat soms maar kort is, kunnen blijven begeleiden. ‘Wanneer we de opvang van iemand moeten beëindigen, schakelen we de maraude van Samusocial in. Daarnaast werken we ook samen met de teams van Straatverplegers om ervoor te zorgen dat de medische opvolging wordt voortgezet en de gezondheidsproblemen van de betrokken persoon niet verergeren.’
Er zijn tal van gezondheidsproblemen. Diabetes is de meest voorkomende aandoening bij daklozen. Soms komen er personen met hart- en vaatziekten of kanker, waarvoor ze langdurige medische zorg nodig hebben. Het medisch centrum vangt ook mensen op met chronische wonden, botbreuken of infectieziekten die zouden kunnen verergeren als zij op straat zouden blijven.
Maar als arts bij Samusocial moet je soms ook vechten. Het gebrek aan toegang tot gezondheidszorg is vaak de eerste moeilijkheid waarmee Marthe te maken krijgt. ‘De grootste uitdaging is het gebrek aan toegang tot gezondheidszorg door ontbrekende papieren of omdat mensen nog geen drie maanden in België verblijven. Sommige mensen hebben nog geen toegang tot gezondheidszorg, terwijl ze toch gezondheidsproblemen hebben die behandeld moeten worden. Als arts moet je daarom voortdurend rekening houden met welke plannen praktisch haalbaar zijn en welke zorg effectief toegankelijk is. De bureaucratie die erachter zit, neemt veel tijd in beslag. Dat is zowel voor ons als voor de begunstigden erg frustrerend.’
Ook binnen het centrum zijn er beperkingen. Medisch materiaal is niet altijd voorhanden. ‘Daarom proberen we, waar mogelijk, tweedehandsmateriaal te vinden. Om maar één voorbeeld te geven: we hebben nooit voldoende rolstoelen of looprekken, omdat dat materiaal nu eenmaal een beperkte levensduur heeft.’
De tijd nemen om bewoners ook naast hun medische problemen te leren kennen
De consultaties zijn voor Marthe ook een uitgelezen kans om inzicht te krijgen in de behoeften van de bewoners. Naast haar strikt medische rol biedt ze ook een luisterend oor. Zo kan een gesprek over literatuur bijvoorbeeld helpen om bepaalde aandoeningen te herkennen.
Wanneer ze de vraag krijgt of bepaalde ontmoetingen een blijvende indruk op haar hebben gemaakt, hoeft Marthe geen moment na te denken. ‘Ik denk dat de persoon die me het meest heeft geraakt een erg oude man was, met schizofrenie, maar bovenal bijzonder intelligent. Hij was hoogopgeleid, maar zijn leven werd gekenmerkt door een zwervend bestaan op straat en over de hele wereld. Tijdens een consultatie droeg hij me twee regels voor uit een gedicht van John Masefield. De volgende dag heb ik hem trots opgebeld om te zeggen dat ik het gedicht had teruggevonden en voor hem had afgedrukt. Maar hij antwoordde: “Nee, twee regels zijn voor mij genoeg”.’