“Mijn zoon stierf in 2015. Ik heb het nooit kunnen verwerken.”
27/08/2025
Het centrum ‘Poincaré’ van Samusocial vangt tot 270 alleenstaande mannen op. Ik heb een afspraak met Emmanuel, die hier sinds 2019 verblijft. Sinds de dood van zijn zoon is hij er nooit meer bovenop gekomen.
We gaan tegenover elkaar zitten in een klein lokaal. Het grote raam kijkt uit over de laan. Het is 15 uur. Emmanuel kijkt naar buiten en begint: “Mijn zoon en ik leken wel een tweeling. Hij zat op de universiteit in Congo. Hij had in 2017 moeten afstuderen. Maar hij heeft zijn studies nooit kunnen afmaken. In 2015 kreeg hij twee keer cirrose. Gevolgd door tuberculose.”
Emmanuel werkte op dat moment in België. Hij stuurde geld naar zijn thuisland en deed wat hij kon om zijn zoon op afstand te steunen.
Hij stopt even met praten. Er valt een stilte. “Mijn zoon stierf in 2015. Ik heb het nooit kunnen verwerken. Mijn wereld stortte in.” Weer een stilte. Langer, zwaarder. “Ik mocht niet eens naar zijn begrafenis.”
De schok was te groot. Emmanuel stortte in. Het verdriet, het schuldgevoel, de eenzaamheid, alles kwam samen. Zijn lichaam kon het niet meer aan. Beetje bij beetje gleed hij weg, zonder het te beseffen. Tot hij lag te slapen tussen de grijze muren van het Zuidstation.
“Ik ben alles heel snel kwijtgeraakt.”
Maandenlang sleepte de situatie aan, was hij alleen, keek niemand naar hem om. Tot de dag dat een maraudeteam van Samusocial hem opmerkte. Emmanuel zat doelloos voor zich uit te staren. “Ze reikten me de hand. Ze boden me hulp aan en een plaats in een centrum.”
Dat was in 2019. Sindsdien woont Emmanuel bij Samusocial. Zodra hij toekwam, werd zijn medische kaart vernieuwd, waardoor hij toegang kreeg tot de benodigde psychologische zorg na de dood van zijn zoon.
Hij vult zijn tijd met theaterworkshops en computertraining. Langzaam maar zeker kruipt hij uit het dal. Hij heeft plannen, hij wil het leven opnieuw ontdekken.
Ondertussen deelt hij zijn kamer nog steeds met dertien andere mannen. Kwetsbare mensen met elk hun eigen verhaal: sommigen blijven meerdere nachten, anderen slechts één. ‘s Ochtends vertrekken ze met hun bezittingen op hun rug.
Voordat hij afrondt, heeft Emmanuel nog een boodschap: hij tekent een groot hart met zijn armen, voor iedereen die hem heeft gesteund. “Dankzij hen kan ik vooruit.”